Het belastingverdrag Nederland-Italië: wat betekent het voor jouw holding?

1/3/2026~8 min leestijd

Je holding bezit een pand in Italië. De huur komt binnen, de kosten gaan eruit en aan het einde van het jaar zit er winst. Dan begint de vraag die elke DGA op een gegeven moment stelt: waar betaal ik hier eigenlijk belasting over? In Italië, in Nederland, of in beide landen?

Het antwoord staat in het belastingverdrag dat Nederland en Italië met elkaar hebben gesloten. Dat verdrag — officieel het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting — bepaalt welk land het recht heeft om te heffen over welk type inkomen. Het is geen optie, geen keuze en geen onderhandelingsruimte: het is een bindende afspraak tussen twee staten die voor jouw situatie de spelregels vastlegt.

Begrijpen hoe dat verdrag werkt, is geen luxe voor fiscalisten. Het is basiskennis voor iedere DGA die serieus nadenkt over Italiaans vastgoed via een vennootschap.

Wat is een belastingverdrag en waarom bestaat het?

Stel dat twee landen allebei belasting zouden heffen over dezelfde inkomsten — dan zou een investeerder die in beide landen actief is dubbel worden belast. Om dat te voorkomen, sluiten landen onderling belastingverdragen. Die verdragen wijzen per type inkomen aan welk land het primaire heffingsrecht heeft, en regelen hoe het andere land daar rekening mee houdt.

Nederland heeft zo'n verdrag met vrijwel alle landen waarmee het economisch substantiële banden heeft, en Italië is er één van. Het huidige verdrag dateert uit 1990 en is sindsdien op een aantal punten aangevuld, maar de basisstructuur staat nog steeds overeind.

Voor jou als DGA met een holding die Italiaans vastgoed bezit, zijn er drie typen inkomen relevant: huurinkomsten, vermogenswinst bij verkoop en dividenden die uit Italië terugvloeien naar Nederland. Elk type wordt in het verdrag anders behandeld.

Huurinkomsten: Italië heft als eerste

Het verdrag kent het primaire heffingsrecht over inkomsten uit onroerend goed toe aan het land waar het vastgoed ligt. Voor een pand in Italië betekent dat: Italië heft als eerste over de huurinkomsten.

In de praktijk betaalt jouw vennootschap — of dat nu een Nederlandse BV of een Italiaanse SRL is — in Italië vennootschapsbelasting (IRES, momenteel 24%) over de nettohuurinkomsten. Naast de IRES geldt voor veel vennootschappen ook de regionale belasting IRAP (circa 3,9%), al zijn er voor bepaalde vastgoedvennootschappen uitzonderingen van toepassing.

Nederland heeft vervolgens het recht om bij te heffen als het Nederlandse belastingtarief hoger is dan wat er in Italië al is betaald. Maar Nederland verleent tegelijkertijd een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting, zodat je niet over hetzelfde inkomen twee keer volledig belast wordt. De precieze methode — verrekening of vrijstelling — hangt af van de structuur van jouw vennootschap en het type inkomen.

Voor DGA's die een Italiaanse SRL bezitten via hun Nederlandse holding, speelt er ook een laag bovenop: de winst van de SRL wordt in Italië belast, en pas als die winst als dividend naar de holding stroomt, raakt het de Nederlandse sfeer. In de meeste gevallen geldt voor die dividendstroom de deelnemingsvrijstelling — waarover meer in een volgend artikel.

Vermogenswinst bij verkoop: ook Italië heeft het primaire recht

Als jouw vennootschap het Italiaanse pand verkoopt, en er is sprake van een verkoopwinst, dan wijst het verdrag ook hier het primaire heffingsrecht toe aan Italië. In Italië heet die winst plusvalenza, en de belasting erover valt onder de reguliere vennootschapsbelasting (IRES).

De hoogte van de plusvalenza is het verschil tussen de verkoopprijs en de fiscale boekwaarde van het pand op het moment van verkoop. Die boekwaarde wordt in Italië bepaald op basis van de aankoopprijs minus de afschrijvingen die in de loop der jaren fiscaal zijn genomen.

Nederland heft in principe niet nogmaals over diezelfde verkoopwinst, mits de situatie valt binnen de regels van het verdrag en de Nederlandse deelnemingsvrijstelling van toepassing is. Maar er zijn nuances: als de BV het pand direct bezit (zonder tussenkomst van een SRL), liggen de verhoudingen iets anders dan bij de structuur met een dochtermaatschappij. Dit is precies het type detail dat een fiscalist voor jouw specifieke situatie moet doorrekenen.

Dividenden: gedeeld heffingsrecht met bronbelasting

Als de Italiaanse SRL winst uitkeert aan de Nederlandse holding in de vorm van dividend, dan regelt het verdrag ook hoe dat wordt belast. Italië mag als bronland een bronbelasting (ritenuta alla fonte) inhouden op het uitgekeerde dividend. Het verdragstarief voor dividenden naar een vennootschap bedraagt in de meeste gevallen 5% of 15%, afhankelijk van het aandelenpercentage dat de ontvangende vennootschap houdt.

In Nederland ontvangt de holding dat dividend. Als de deelnemingsvrijstelling van toepassing is — wat het geval is als de holding minimaal 5% van de aandelen in de SRL bezit, en de SRL geen passieve beleggingsvennootschap is in de zin van de wet — dan is het ontvangen dividend vrijgesteld van Nederlandse Vpb. De ingehouden Italiaanse bronbelasting kan dan in veel gevallen worden verrekend of teruggevraagd via de procedures die het verdrag daarvoor biedt.

Of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is op jouw Italiaanse SRL, is een vraag die afhankelijk is van de aard van de activiteiten van de SRL en de manier waarop de structuur is ingericht. Een vastgoed-SRL die uitsluitend passief bezit, valt mogelijk in een ander regime dan een SRL die actief verhuurt en beheert. Dit onderscheid is fiscaal significant en vraagt om advies op maat.

Het verdrag lost niet alles op: de resterende complexiteit

Een belastingverdrag voorkomt dubbele belasting, maar het elimineert niet alle fiscale verplichtingen. Jouw holding heeft in beide landen aangifteverplichtingen: in Italië voor de activiteiten van de vennootschap die daar belastingplichtig is, en in Nederland voor de holdingstructuur als geheel.

Bovendien passen landen hun nationale belastingwetgeving regelmatig aan — soms op manieren die de verdragstoepassing beïnvloeden zonder het verdrag zelf te wijzigen. Italiaanse belastinghervorming, de Europese ATAD-richtlijnen en de Nederlandse aanpak van belastingontwijking hebben de afgelopen jaren stuk voor stuk invloed gehad op de manier waarop internationale structuren worden beoordeeld.

Wat dat betekent voor jou: een structuur die vijf jaar geleden fiscaal optimaal was, is dat misschien niet meer. Het loont om de structuur van tijd tot tijd te laten toetsen door een adviseur die beide stelsels kent.

Wat je uit dit verdrag kunt meenemen

Het belastingverdrag Nederland-Italië geeft jou als DGA met een holding de zekerheid dat je niet twee keer volledig belasting betaalt over hetzelfde inkomen. Het geeft ook duidelijkheid over waar je aangifte doet en welk land het primaire recht heeft — en dat is in vrijwel alle relevante gevallen Italië, als het gaat om inkomsten uit Italiaans vastgoed.

Wat het verdrag niet doet, is de belasting zelf betalen of de administratie regelen. Dat vraagt om een goede samenwerking tussen een Nederlandse fiscalist en een Italiaanse commercialista die elk hun stuk van het verdrag begrijpen en op elkaar afstemmen.

Lees voor de praktische uitwerking ons artikel over huurinkomsten in de BV: aangifte, Vpb en deelnemingsvrijstelling en bekijk de complete gids voor vastgoed kopen via je holding voor het bredere plaatje.

> Disclaimer: De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter algemene oriëntatie en vormt geen fiscaal of juridisch advies. Belastingverdragen en nationale wetgeving veranderen regelmatig. Raadpleeg altijd een gekwalificeerde fiscalist met kennis van zowel het Nederlandse als het Italiaanse belastingrecht voordat je beslissingen neemt over jouw internationale structuur.

Veelgestelde vragen

  • Betaal ik als DGA met een holding dubbele belasting over mijn Italiaanse huurinkomsten?
    Nee, dankzij het belastingverdrag tussen Nederland en Italië wordt dubbele belasting voorkomen. Italië heeft het primaire heffingsrecht over inkomsten uit Italiaans vastgoed. Nederland verleent een aftrek of vrijstelling zodat je niet twee keer volledig over hetzelfde inkomen wordt belast.

  • Welk land heeft het heffingsrecht over de verkoopwinst op mijn Italiaanse pand?
    Italië heeft het primaire heffingsrecht over vermogenswinst (plusvalenza) bij verkoop van Italiaans vastgoed. De winst wordt in Italië belast via de reguliere vennootschapsbelasting (IRES). Nederland heft in principe niet nogmaals, mits de deelnemingsvrijstelling van toepassing is..

  • Wat is de bronbelasting op dividenden van een Italiaanse SRL naar een Nederlandse holding?
    Onder het belastingverdrag bedraagt de Italiaanse bronbelasting op dividenden aan een vennootschapsaandeelhouder doorgaans 5% als de holding meer dan 25% van de aandelen bezit, en 15% in overige gevallen. De exacte toepassing hangt af van de structuur en de kwalificatie van de vennootschappen.

  • Moet ik in Italië aangifte doen als mijn Nederlandse BV een pand bezit?
    Ja. Een buitenlandse vennootschap die Italiaans vastgoed bezit en daar inkomsten uit genereert, is in Italië belastingplichtig over die inkomsten. Dat betekent jaarlijkse aangifte bij de Italiaanse Agenzia delle Entrate, doorgaans via een lokale commercialista.

  • Geldt de deelnemingsvrijstelling altijd voor dividenden uit mijn Italiaanse SRL?
    Niet automatisch. De deelnemingsvrijstelling geldt in Nederland als de holding minimaal 5% van de aandelen bezit én de SRL geen passieve beleggingsvennootschap is in de zin van de wet. Voor een vastgoed-SRL die uitsluitend passief bezit, kan een andere regeling gelden. Laat dit toetsen door een fiscalist.