Jaarlijkse aangifte huurinkomsten in de BV: Vpb, deelnemingsvrijstelling en plusvalenza

1/7/2026~8 min leestijd

De huur komt binnen, het jaar loopt ten einde en ergens in de eerste maanden daarna wacht de aangifte. Voor een DGA met Italiaans vastgoed in de holding is die aangifte meer dan een jaarlijks formulier invullen. Er zijn verplichtingen in twee landen, regels die op elkaar inhaken en een aantal technische begrippen — deelnemingsvrijstelling, Vpb, plusvalenza — die bepalen wat je daadwerkelijk betaalt.

Dit artikel legt de aangiftekant uit: wat er aan verplichtingen op je afkomt, hoe de Nederlandse en Italiaanse aangifte zich tot elkaar verhouden en waar de meeste DGA's in de praktijk tegenaan lopen.

Twee landen, twee aangifteverplichtingen

Wie Italiaans vastgoed bezit via een vennootschap, heeft te maken met belastingverplichtingen in beide landen. In Italië is de vennootschap — of het nu een directe BV is of een Italiaanse SRL — belastingplichtig over de inkomsten die ze in Italië genereert. In Nederland is de holding belastingplichtig over haar wereldwijde winst, inclusief de inkomsten die ze uit Italië ontvangt of toegerekend krijgt.

De timing verschilt. De Italiaanse IRES-aangifte (Dichiarazione dei redditi) heeft doorgaans een deadline in november van het jaar volgend op het belastingjaar. De Nederlandse Vpb-aangifte heeft een deadline vijf maanden na het einde van het boekjaar, dus doorgaans 1 juni voor een vennootschap met een gebroken boekjaar dat eindigt in december — al zijn verlengingen mogelijk.

In de praktijk betekent dit dat je als DGA twee sets adviseurs nodig hebt die hun werk coördineren: een Nederlandse accountant of belastingadviseur voor de Vpb-aangifte en jaarrekening, en een Italiaanse commercialista voor de Italiaanse aangifte. Die coördinatie is geen luxe — het is een noodzaak, want wat de commercialista als belastbare winst aangeeft in Italië, heeft gevolgen voor wat de Nederlandse adviseur verwerkt als buitenlands inkomen met voorkoming.

De Vpb-aangifte: hoe verwerk je Italiaanse inkomsten?

Als jouw Nederlandse BV het Italiaanse pand direct bezit, verwerkt de BV de huurinkomsten en bijbehorende kosten in haar eigen jaarrekening en Vpb-aangifte. De nettohuurwinst telt mee als belastbare winst in de Nederlandse Vpb.

Maar Nederland geeft een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor het deel van de winst dat al in Italië is belast. De methode die in de meeste gevallen geldt, is de vrijstellingsmethode met progressievoorbehoud: de Italiaanse winst wordt vrijgesteld van Nederlandse Vpb, maar telt wel mee voor de berekening van het Nederlandse tarief dat op de resterende winst van toepassing is.

In de aangifte verschijnt dit als een zogenaamde objectvrijstelling voor vaste inrichtingen in verdragslanden — een technische term voor de situatie waarbij een Nederlandse vennootschap een directe bedrijfsactiviteit of vermogensbestanddeel in het buitenland heeft. De Italiaanse vastgoedportefeuille wordt in dit kader behandeld als een vaste inrichting.

Wat je moet aanleveren bij de aangifte: een overzicht van de bruto huurinkomsten, een specificatie van de aftrekbare kosten die in Italië zijn gemaakt, bewijs van de in Italië betaalde belasting (IRES en eventueel IRAP), en de aanslagen of betalingsbewijzen van de Italiaanse aangifte. Houd deze documenten geordend per belastingjaar — een bewijs dat twee jaar oud is, is bij een boekenonderzoek net zo relevant als het bewijs van dit jaar.

De deelnemingsvrijstelling: wanneer geldt die?

Als de structuur niet de directe BV is maar de combinatiestructuur — Nederlandse holding als aandeelhouder van een Italiaanse SRL — dan werkt de belastingverwerking anders. In dat geval genereert de SRL de huurinkomsten en betaalt ze IRES in Italië. De winst blijft in de SRL totdat er dividend wordt uitgekeerd aan de holding.

Op het moment van dividenduitkering komt de deelnemingsvrijstelling in beeld. De Nederlandse deelnemingsvrijstelling vrijstelt dividenden en vermogenswinsten die een holding ontvangt uit een deelneming, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan. De belangrijkste voorwaarden zijn dat de holding minimaal 5% van de aandelen bezit en dat de deelneming niet kwalificeert als een laagbelaste beleggingsdeelneming.

Die laatste voorwaarde is het aandachtspunt voor vastgoedstructuren. Een SRL die uitsluitend passief vastgoed bezit en verhuurt zonder actief beheer, kan worden aangemerkt als een beleggingsdeelneming. In dat geval geldt niet de reguliere deelnemingsvrijstelling maar de zogeheten deelnemingsverrekening — een regeling waarbij de Nederlandse Vpb over het dividend wordt verrekend met de in Italië betaalde belasting, in plaats van volledig vrijgesteld te worden.

Of jouw SRL als actieve of passieve deelneming kwalificeert, hangt af van de feiten en omstandigheden. Een SRL die zelf verhuurcontracten afsluit, het onderhoud coördineert, facturen uitschrijft en een Italiaanse commercialista inhuurt, heeft een sterker dossier voor actieve kwalificatie dan een SRL waarbij alle activiteiten via de Nederlandse holding lopen en de SRL puur als juridische eigenaar fungeert.

Plusvalenza in de aangifte: hoe verwerk je een verkoopwinst?

Als het pand in een belastingjaar wordt verkocht met winst, verschijnt de plusvalenza in de Italiaanse aangifte als onderdeel van de belastbare winst van de SRL of BV. De IRES over de plusvalenza wordt in Italië afgerekend — eventueel gespreid over vijf jaar als het pand minimaal drie jaar in bezit was.

In de Nederlandse aangifte is de vraag of die verkoopwinst ook in Nederland belast wordt. Als de deelnemingsvrijstelling van toepassing is op de SRL, dan valt ook de vermogenswinst bij de liquidatie of aandelenoverdracht van de SRL onder die vrijstelling. Maar als het de directe BV is die het pand verkoopt, dan verwerkt de BV de verkoopwinst in haar eigen Vpb-aangifte met toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse inkomsten.

Een veelgemaakte fout is het vergeten van de aanpassing van de fiscale boekwaarde over de jaren. Als de BV het pand heeft afgeschreven in de jaarrekening, maar de commercialista in Italië andere afschrijvingstermijnen heeft gehanteerd, kunnen de boekwaarden afwijken. Dat leidt bij verkoop tot een verschil tussen de Nederlandse en Italiaanse berekening van de winst — wat op zichzelf niet verkeerd is, maar wél transparant moet zijn voor beide belastingdiensten.

Wat de praktijk van DGA's leert

De meeste knelpunten in de aangifte komen niet voort uit kwade wil maar uit gebrekkige coördinatie. De Italiaanse commercialista weet niet precies hoe de Nederlandse jaarrekening werkt. De Nederlandse accountant heeft nog nooit een Italiaans aanslagbiljet gezien. En de DGA zit er tussenin, probeert de lijnen samen te trekken en merkt dat elke adviseur de andere taal spreekt — figuurlijk en soms letterlijk.

De oplossing is simpel maar vraagt om organisatie: één coördinatiemoment per jaar, vóór het einde van het boekjaar, waarbij beide adviseurs samen de verwachte winst, de aftrekposten en de voorkominsmethode doornemen. Dat ene overleg scheelt later maanden werk en voorkomt correcties.

Lees ook ons artikel over heffingsrechten over huur en vermogenswinst voor de tarievencontext, en winst terugsluizen naar Nederland voor wat er na de aangifte met de overgebleven winst kan. De complete gids voor vastgoed via je holding brengt alles samen.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter algemene oriëntatie en vormt geen fiscaal advies. Aangifte-verplichtingen en belastingregels veranderen regelmatig en zijn afhankelijk van individuele omstandigheden. Raadpleeg altijd een gekwalificeerde fiscalist met kennis van zowel het Nederlandse als het Italiaanse belastingrecht.

Veelgestelde vragen

  • Moet ik in Nederland Vpb betalen over mijn Italiaanse huurinkomsten als mijn BV het pand direct bezit?
    In principe ja, maar Nederland verleent een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting via de objectvrijstelling. De Italiaanse winst wordt vrijgesteld van Nederlandse Vpb, mits de in Italië betaalde belasting aantoonbaar is. Netto betaal je belasting in Italië, niet dubbel in beide landen.

  • Wanneer geldt de deelnemingsvrijstelling voor mijn Italiaanse SRL?
    Als de holding minimaal 5% van de aandelen bezit én de SRL kwalificeert als een actieve deelneming — niet als een laagbelaste beleggingsdeelneming. Of jouw SRL actief is, hangt af van de feitelijke activiteiten: sluit ze zelf huurcontracten af, coördineert ze het beheer en administreert ze lokaal? Dan is de kans groot dat ze als actief kwalificeert.

  • Wanneer is de deadline voor de Italiaanse belastingaangifte?
    De IRES-aangifte (Dichiarazione dei redditi) heeft doorgaans een deadline in november van het jaar volgend op het belastingjaar. De exacte datum wisselt per jaar; laat je commercialista dit jaarlijks bevestigen. Er zijn voorlopige belastingbetalingen (acconti) die al eerder in het jaar verschuldigd zijn.

  • Hoe verwerk ik een verkoopwinst op mijn Italiaanse pand in de Nederlandse aangifte?
    Als de directe BV het pand verkoopt, verwerkt ze de verkoopwinst in de Nederlandse Vpb-aangifte met toepassing van de objectvrijstelling. Als de SRL het pand verkoopt en de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, valt de vermogenswinst bij aandelenoverdracht of liquidatie van de SRL in principe ook onder die vrijstelling. Laat dit door een fiscalist toetsen voor de specifieke situatie.

  • Wat als mijn Nederlandse accountant en Italiaanse commercialista niet op elkaar zijn afgestemd?
    Dan loop je het risico op inconsequente verwerking in de twee aangiften — met correcties, belastingrente of in het slechtste geval dubbele heffing als gevolg. Plan jaarlijks een coördinatiemoment vóór het einde van het boekjaar, waarbij beide adviseurs de verwachte cijfers en voorkominsmethode samen doornemen.